Internet Society Nederland in De Publieke Tribune (NPO1): over digitale afhankelijkheid, kritisch denken en publieke verantwoordelijkheid

Hoe vrij zijn we nog in een samenleving die leunt op smartphones, platformen en AI? In De Publieke Tribune op NPO Radio 1 sprak ISOC NL-voorzitter Ruben Brave met presentator Coen Verbraak over digitale afhankelijkheid, opvoeding, kritische weerbaarheid en de verantwoordelijkheid van overheid en Big Tech. Thema’s die raken aan de kern van waar Internet Society Nederland voor staat: een internet dat mensen dient.

Npo1 Isoc Nl
Presentator Coen Verbraak en ISOC NL voorzitter Ruben Brave

Digitale afhankelijkheid is geen natuurwet

Aan tafel zaten vier gasten met uiteenlopende perspectieven. Journalist Frank Mulder (De Groene Amsterdammer) leeft al jaren zonder smartphone. Techniekfilosoof Marjolein Lanzing (UvA) onderzoekt wat technologie doet met onze autonomie en relaties. Selmar Smit (TNO) bouwde met GPT-NL een Nederlands taalmodel. En Brave? Die noemt zichzelf geen techno-optimist, maar een tech-realist: iemand die technologie bewust inzet waar het zijn capaciteiten versterkt, maar tegelijkertijd grenzen stelt. Alle notificaties op zijn telefoon staan uit — niet uit afkeer van technologie, maar om er niet door gestuurd te worden.

“De mens is in wezen een technologisch wezen,” stelde Brave. “Mijn telefoon is een extensie van mijn capaciteiten.” Maar die extensie mag geen keurslijf worden. Het verschil met volledig afhaken is dat Brave technologie niet afwijst, maar de voorwaarden wil bepalen waaronder hij het gebruikt. Dat onderscheid — niet óf je technologie gebruikt, maar onder welke voorwaarden — loopt als een rode draad door zijn bijdrage aan het gesprek.

Kritisch denken begint thuis, maar niet alleen daar

Over de invloed van sociale media op kinderen gebruikte Brave een herkenbaar beeld: “Op het moment dat je sociale media erbij hebt, haal je eigenlijk een extra ouder in huis. Een hele set normen en waarden wordt meegevoerd — en we weten niet wat de motieven van die ouder zijn.” Lanzing vulde aan dat het eigenlijk om complete vreemden gaat met onbekende intenties, die enorme invloed uitoefenen op hoe we onze relaties vormgeven.

Maar Brave legde de verantwoordelijkheid niet alleen bij platformen. Hij deelde een persoonlijk voorbeeld over hoe hij zijn dochter leert omgaan met desinformatie. Toen zij thuiskwam met de bewering dat het Engelse woord ‘homework’ in het Latijn ‘kindermishandeling’ betekent, gingen ze samen de bronnen controleren. De eerste zoekresultaten bevestigden de claim — maar bij nader onderzoek bleek het onzin. Het werd een gesprek over kritisch denken, brongebruik en de vraag: wie kun je online vertrouwen?

“Ik denk dat het onontkoombaar is dat we mensen meer immuun maken tegen verkeerde informatie,” aldus Brave. Ook binnen ISOC NL leeft die vraag nadrukkelijk: hoe helpen we burgers om zich staande te houden in een digitale omgeving waarin informatie, beïnvloeding en manipulatie steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn? De werkgroep ARGUS, een samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en de Gemeente Amsterdam, werkt daar concreet aan: niet alleen feiten checken, maar ook de argumentatie en retoriek achter desinformatie leren herkennen.

De overheid mag digitale veiligheid niet afschuiven

Dat de verantwoordelijkheid voor digitale veiligheid niet alleen bij individuele burgers kan liggen — daarover waren alle gasten het eens. Maar Brave — onder andere door het Financieele Dagblad getypeerd als internetpionier — maakte het punt het meest concreet. Hij trok een vergelijking met de KEMA-keuring: “Deze microfoon is KEMA-gekeurd. Elektronische apparaten doorlopen een certificeringsproces. Op het moment dat je als overheid in staat bent om op een veilige manier sociale media te laten uitrollen, moet je dat niet meer bij die burger neerleggen.”

Tegelijkertijd waarschuwde hij ervoor om burgers als willoze wezens te zien die zich overgeven aan technologie. Het gaat om een samenspel: ouders die het gesprek aangaan, scholen die kritisch denken stimuleren, én een overheid die de randvoorwaarden stelt. Beleidsmakers hebben op dat laatste punt, in Braves woorden, “echt zitten slapen.”

Dat raakt aan een kernvraag van het internet van nu: wie stelt eigenlijk de spelregels voor digitale producten die miljarden mensen dagelijks gebruiken, en wie ziet erop toe dat die ook worden nageleefd?

AI is nuttig, maar geen vervanging van menselijk oordeel

Over kunstmatige intelligentie was Brave nuchter. Hij ziet geen goede businesscase voor algemene kunstmatige intelligentie: bedrijven hebben geen behoefte aan een AI die alles kan, maar aan systemen die hun specifieke problemen oplossen. Hij vergeleek ChatGPT met supermarktbrood: “Hartstikke lekker. Wij eten het ook elke dag. Maar als ik een keer iets echt speciaals wil, ga ik naar een bakker.”

Brave vertelde ChatGPT dagelijks te gebruiken — onder meer als klankbord bij zakelijke dilemma’s en opvoedingsvragen. Niet als vervanging van een therapeut, maar om verschillende gedachtengangen te verkennen vanuit disciplines waar je zelf misschien niet aan denkt. Lanzing plaatste daar direct een kanttekening bij: uit recent onderzoek blijkt dat chatbots bij kwetsbare gebruikers bestaande klachten juist kunnen versterken, omdat ze eerder bevestigen dan tegenspreken — met in extreme gevallen ernstige gevolgen. Wie echt begeleid wil worden in het eigen denken, is bij een mens beter af, bijvoorbeeld bij een filosofische praktijk.

Achter de vraag of AI “slim genoeg” wordt, schuilt bovendien een urgentere kwestie: wie bouwt deze systemen, welke waarden zitten erin, en voor welk publiek belang worden keuzes gemaakt? Selmar Smit lichtte toe waarom TNO met GPT-NL een Nederlands alternatief ontwikkelt: niet omdat het per se beter is, maar omdat je als samenleving niet volledig afhankelijk wilt zijn van ondoorzichtige systemen die steeds dieper in publieke processen doordringen.

Internet in het publieke belang

Brave schoof niet aan bij De Publieke Tribune als tegenstander van technologie, maar als iemand die de voorwaarden wil stellen: gebruik technologie voor wat het kan versterken, maar eis dat de spelregels op orde zijn. Individuele weerbaarheid is nodig — van kritisch denken in de opvoeding tot bewust omgaan met je smartphone — maar het is niet genoeg. De verantwoordelijkheid hoort ook bij de platformen die de producten bouwen en bij de overheden die het kader moeten scheppen.

Juist daarom hoort het debat over digitalisering niet thuis in de marge van techbeleid, maar in het hart van publieke besluitvorming. Voor ISOC NL is dat geen abstract vraagstuk: het gaat om de voorwaarden waaronder internet mensen dient, in plaats van andersom.


Beluister de volledige aflevering: NPO Radio 1 — De Publieke Tribune #208: Digitale houdgreep | HUMAN — Digitale houdgreep | Spotify

De Publieke Tribune is een wekelijks radioprogramma en podcast van omroep HUMAN op NPO Radio 1, gepresenteerd door Coen Verbraak.

Presentatie: Coen Verbraak | Redactie: Arthur Vacca, Nina Ramkisoen en Sjoerd Alders | Eindredactie: Sigrid Muusse