
Recentelijk schoof Ruben Brave, voorzitter van Internet Society Nederland, aan bij de podcast Filosofie in Actie van filosoof en data-ethicus Piek Knijff: de oprichter van Filosofie in Actie, waar zij de verbinding legt tussen filosofie, technologie en maatschappelijke vraagstukken. Het werd een rijk en veelzijdig gesprek dat verrassend veel thema’s samenbracht: van de toekomst van de tech-wereld en digitale autonomie tot de Surinaamse Winti-filosofie en zelfs Spiderman. Samen met co-host Jip verkende Piek hoe technologie niet alleen ons dagelijks leven beïnvloedt, maar ook onze waarden, verhalen en manieren van samenleven.
Brave vertelde hoe hij via Entelligence academische kennis helpt omzetten in bedrijven die direct bijdragen aan de samenleving. Een voorbeeld is Sophia Medica, waarin innovatieve statistiek wordt gebruikt om te toetsen of artsen voldoende medische kennis hebben. Zulke projecten laten zien hoe wetenschap en maatschappij elkaar kunnen versterken — precies waar ISOC voor staat: technologie die er echt toe doet.
Van fact-checking naar argument-checking
Een van de meest inspirerende thema’s was de stap van fact-checking naar argument-checking. Fact-checking vertelt of een feit klopt, maar laat vaak onbesproken welke redenering erachter zit. Argument-checking gaat verder: het leert je zien welke aannames en overtuigingstrucjes worden ingezet om je ergens van te overtuigen.
Dat is precies waar ISOC Nederland zich mee bezighoudt via ARGUS. Samen met Jean Wagemans (UvA) wordt gewerkt aan methoden en tools waarmee mensen redeneringen leren doorzien. Niet om anderen de les te lezen, maar om ontvangers sterker te maken. In een tijd van AI-gegenereerde content en overvloedige desinformatie is dat een noodzakelijke én hoopvolle ontwikkeling.
Diversiteit als motor voor innovatie
Brave benadrukte dat diversiteit en inclusie geen bijzaak zijn, maar de motor van innovatie. Die visie krijgt ook vorm in de New Economy-werkgroep van VNO-NCW, waarvan ISOC Nederland mede-initiatiefnemer is. Binnen deze werkgroep werken ondernemers, beleidsmakers en experts samen aan digitalisering, duurzaamheid en inclusief ondernemerschap. Voor ISOC NL ligt de nadruk daarbij op digitale autonomie en een internet dat iedereen meeneemt — niet exclusief, maar open en toegankelijk.
Tech-neokolonialisme uitgelegd
Het gesprek raakte ook aan tech-neokolonialisme, een begrip dat ISOC Nederland gebruikt om de groeiende macht van grote techbedrijven te duiden. Waar vroeger kolonisatoren grondstoffen als goud of suiker naar zich toe trokken, gaat het nu om data en digitale infrastructuur.
Brave wees erop dat dit niet alleen elders in de wereld speelt, maar ook in Europa. Wanneer protocollen en standaarden door een kleine groep worden beheerd, verliezen gemeenschappen hun digitale autonomie. Het is daarom belangrijk dat deze machtsstructuren zichtbaar worden gemaakt en dat we alternatieven ontwikkelen die wél inclusief en democratisch zijn.
Protocollen als verkeersregels van het internet
ISOC Nederland pleit al langer voor open en inclusieve protocollen. Protocollen zijn eigenlijk de verkeersregels van het internet: ze bepalen wie mag doorrijden en wie moet wachten. Als die regels in handen zijn van enkelen, staat de rest buitenspel.
Een voorbeeld is IPv6 — een nieuw soort internetadres, nodig omdat de oude adressen bijna op zijn. Of DKIM/SPF — digitale handtekeningen zodat je kunt controleren of een e-mail echt van je bank komt, en niet van een oplichter. Het klinkt technisch, maar het raakt ons allemaal in het dagelijks leven.
Brave vergeleek het internet met een tuin: zonder zorg raakt het overwoekerd door wie het hardst groeit. Met open standaarden en gezamenlijke besluitvorming blijft die tuin gezond en toegankelijk voor iedereen.
Filosofie, Winti en het internet als ecosysteem
Naast technologie was er ook ruimte voor filosofie en spiritualiteit. Brave bracht de Surinaamse Winti-filosofie in als lens om naar digitale inclusie te kijken.
Wat is Winti?
Winti betekent letterlijk “wind”: iets wat je voelt maar niet ziet. Het is een Surinaamse levensbeschouwing die helpt emoties en trauma’s te begrijpen. In de podcast legde Brave uit dat je in Winti niet zegt “ik ben jaloers”, maar “ik heb een jaloerse geest”. Door eigenschappen als “geesten” te benoemen, plaats je ze buiten jezelf. Zo ontstaat ruimte om ermee in gesprek te gaan, bijna alsof je verschillende delen van jezelf aanspreekt.
Dit gebeurt vaak in groepsverband, onder begeleiding van een bonumang (“goede man”), die helpt die gevoelens of krachten uit te vragen. Het is een vorm van metacognitie: leren denken over je eigen denken, en destructieve gevoelens leren herkennen en loslaten.
Voor Brave fungeert Winti als metafoor voor het internet: het gaat niet om één waarheid of identiteit af te dwingen, maar om de samenkomst van vele stemmen, invloeden en identiteiten. Het internet is geen neutraal gereedschap, maar een levend ecosysteem dat verhalen, conflicten en verbindingen weerspiegelt.
Een uitnodiging
De podcast laat zien hoe technologie, filosofie en identiteit elkaar raken. Wie luistert, hoort geen uitnodiging tot een simpel debat, maar een uitnodiging om mee te denken en mee vorm te geven. De vraag is niet óf het internet verandert, maar hóe — en wie daarover meebeslist.
Beluister de aflevering via Apple Podcasts (directe link)
Of via Spotify
Lees de gesprekspagina (met transcript en extra context) op Filosofie in Actie: In gesprek met Ruben Brave
